Taijiquan
Zhang San Feng, ook bekend als Quan Yi en Jun Bao, wordt over het algemeen gezien als de grondlegger van Taijiquan, hoewel wordt beweerd dat technieken en vormen met eenzelfde principe al ten tijde van de Liangdynastie (502-557 n.c) werden beoefend. Zhang's voorouders leefden op de voor het Daoïsme historische Draak-tijgerberg, in het zuidoosten van China.

Zhang San Feng werd in de nacht van 9 april 1247 geboren. Deze dag wordt jaarlijks gevierd door Taijiquan beoefenaars met demonstraties en feestelijkheden. Na omzwervingen belandde hij uiteindelijk in het Wudanggebergte waar hij zich wijdde aan een spiritueel leven. Het verhaal gaat dat Zhang getuige was van een gevecht tussen een vogel en een slang en hierop zijn vorm baseerde. De vogel kon de aanvalllen van de slang door zijn souplesse afweren en zelf aanvallen. Zo kwam hij tot de filosofie achter Taijiquan, het zachte overwint het harde.

Zoals het vaak gaat bij legendarische figuren, werden er allerlei volksverhalen en wonderen aan Zhang toegeschreven, en rond 1460 werd hij onsterfelijk verklaard. Volgens andere verhalen behaalde hij een leeftijd van 200 jaar .

De oudste van de verschillende Taijiquan stijlen is de Chen-stijl die door Cheng Changxin werd ontwikkeld. De Chen-vorm bestaat uit 83 houdingen en is uitermate geschikt voor de vechtkunsten. Deze stijl wisselt langzame, zachte bewegingen af met explosieve bewegingen. Hij zou gebaseerd zijn op de Taijivormen en oefeningen die in vroegere tijden waren ontwikkeld.

Yang Luchang (1799-1872) ontwikkelde hieruit zijn eigen stijl: de Yangstijl. Deze stijl bestaat uit 44 opeenvolgende houdingen die naar twee kanten worden uitgevoerd (dus in totaal 88 houdingen). Het is in het westen de bekendste en meest beoefende taijivorm. Een leerling van Yang Luchang, Wu Yu Xiang (1812-1880), ontwikkelde uit de Yang-stijl zijn eigen stijl: Wu. Iedere houding in de Wu-stijl kent vier stadia: begin, verbinden, openen en sluiten. Door haar complexiteit wordt aangeraden eerst de Yang en Chen-stijl te beheersen eerdat men aan de Wustijl begint. Lu Tang, een leerling van de Wu-stijl ontwikkelde de Sun-stijl. Deze stijl wordt onder andere gekenmerkt door bijzonder snelle bewegingen.

Onder het huidige chinese bewind kwam door toedoen van de Chinese Nationale Federale Sport Federatie een vereenvoudigde Taijiquan tot stand. Deze vorm, die uit vierentwintig houdingen bestaat, is een zeer geschikte vorm voor beginners en mensen met weinig tijd.

Qi Gong
De geschiedenis van Qi Gong zou vijfduizend jaar bestrijken. Er is weinig bekend over de vroegste periode, wel wordt er in de Daodejing melding gemaakt van ademhalingsoefeningen ter bevordering van het stromen van Qi (levensenergie). Toen ten tijde van de Handynastie (202 v.c.-220 n.c.) boeddhistische monniken vanuit India naar China kwamen brachten zij de indiase meditatietechnieken mee. Het Boeddhisme werd erg populair in China,  in het bijzonder het Chanboeddhisme (later in Japan bekend als Zen).

Tijdens de Liangdynastie werd de Boeddhistische monnik Da Mo uitgenodigd om in China te preken. Toen de keizer zijn leer afkeurde trok hij zich terug in de Shaolintempel. Hij merke echter op dat de monniken daar zwak waren en introduceerde Qi Gongoefeningen om hen sterker en gezonder te maken.                      De monniken merkten dat de oefeningen hun Gong fu verbeterden en zo ontstond de martiale Qi Gong ook bekende als Waidan (externe Qi Gong) die speciaal werd ontwikkeld om in de vechtkunsten toe te passen. Tegenover deze externe vorm staat de in de zachtere stijlen zoals Taijiquan gebruikte Neidan (interne Qi Gong), die meer gericht is op gezondheid en vitaliteit.

Rond 1050 zorgde dokter Wang voor de opbloei van de acupunctuur (door er de keizer mee te genezen). Zijn werk heeft veel betekend voor de ontwikkeling van een duidelijke medische theorie rond Qi Gong en de acupunctuur. Het duurde echter tot de Qingdynastie (1680-1840) voordat het gewone volk in aanraking kwam met de martiale kunsten en de Qi Gong. Met de komst van de moderne chinese maatschappij veranderden onder invloed van het westen veel van de chinese traditionele opvattingen. Voor het eerst werden de tot dan toe als geheim beschouwde teksten over Qi Gong gepubliceerd. Door de moderne communicatiemiddelen kon men vergelijkende studies doen naar de chinese martiale kunsten en Qi Gong en de technieken die in buurlanden werden beoefend. Hierdoor en dankzij de moderne techniek is het mogelijk steeds meer onderzoek naar Qi Gong en de werking van Qi te doen.

Geschiedenis